Geschiedenis van de Poffers (Deel 1)

Het ontstaan van onze vereniging vloeit voort uit de vaste klanten van toemalige cafébar “t Tunneke” in de Ridderstraat.

De kastelein (Gerrit Stolzenbach), Wim  van Dongen en Tommy Somers, kwamen op het idee om met deze mensen met carnaval naar buiten te treden, dus met een carnavalsclub.

Nu….het idee was geboren, nu de uitwerking nog

Er werd een oprichtingsvergadering bij elkaar geroepen op zondagmiddag.

Op deze vergadering zou dan een bestuur en de naam van de vereniging gekozen worden.

Het kiezen van het bestuur was geen probleem, maar de naam, dat was wat !

Over en weer werden er leuke namen bedacht, maar geen van allen vonden we ze echt bij ons passen.

Toen kwam de kastelein op het idee ons de naam toe te meten van wat wij allen wel eens waren bij hem…Poffers ! De naam was geboren.

 

We hadden nu dus een naam en een bestuur. Dit eerste bestuur bestond uit Tommy Somers (voorzitter), Jan Scheepens (secretaris), Wim Vonk (penningmeester), Wim van Dongen (bestuurslid).

De nieuwbakken voorzitter nam gelijk de koe bij de horens….kleding ?

Na wikken en wegen werd besloten toch voor de aloude boerenkiel te kiezen, omdat dit nou eenmaal het best bij Oeteldonk past. Maar wat kost zoiets ? en waar halen we het geld vandaan ?

Een snel rekensommetje leerde ons dat we dit met contributie alleen niet gingen redden en we gingen op zoek naar andere geldbronnen. Deze geldbron werd gevonden in de verkoop van club emblemen, het idee sloeg aan (de emblemen werden bij de vleet verkocht) en traditie was geboren, nog vele jaren werden ieder jaar deze emblemen (met ieder jaar een nieuw ontwerp) verkocht.

 

Nu terug naar de boerenkielen; Deze werden door Mevr. Van Dongen-v.Immese, de moeder van een van onze leden, gemaakt. De stof kwam via de vader van Ad Boelens (die een zaak in dergelijke artikelen bezat). Het werd een bordeaux rode kiel met ecru witte letters achterop, met daaronder een door Ton Boelens ontworpen vignet.De première van de kielen was op de bruiloft van ons erelid Hans de Groot.

 

De volgende traditie die ontstond was het leegdrinken van een laars bier. Dit werd toegepast telkens als er een nieuw lid werd aangenomen. Op de eerste ledenvergadering waarbij een nieuw lid aanwezig was, ging de laars rond en hij werd dusdanig doorgegeven dat het nieuwe lid de voet moest leegdrinken en hij zodoende meteen gezegend was.

Het idee om muziek te gaan maken is afkomstig uit de tijd dat onze vereniging enkele jaren bestond en er buiten “het op stap gaan”geen binding was. Men zag wel aankomen, dat als er binnen korte termijn geen alternatief werd gevonden, de verse vereniging geen lang leven beschoren was.

Het idee om muziek te gaan maken leek de leden wel wat, want we waren tenslotte een carnavalsvereniging. Maar muziek maken komt niet neer op het kopen van muziekinstrumenten alleen, hier kwamen enkele leden dus ook snel achter. Wat moesten ze met dat apparaat ?

Hier moest dus een oplossing voor komen. Van alle leden was er één die eens een blauwe maandag bazuin had geblazen bij een drumband, deze persoon werd onmiddelijk gebombardeerd tot muzikaal leider, simpelweg omdat hij de enige was die enkele muzieknoten kon lezen. Dit loste het probleem voor de andere natuurlijk niet op. Na enig navragen, bij mensen die in de muziekwereld van Oeteldonk bekend waren, werd ons de naam genoemd van de heer W. Doomernik.

Na enige gesprekken werd deze bereid gevonden om de “muzikanten” wegwijs te maken op de notenbalk en al wat daar mee samenhing. Dit impliceerde dat begonnen moest worden met het leren van de notenbalk.

Dit alles speelde zich a rond september/oktober 1974.

In een van de weekenden in die tijd kwamen enkele leden in contact met Piet Panis, het gesprek kwam op het muziek maken van Poffers die daar entousiast over waren en dat er vrij redelijke vorderingen gemaakt werden.

Prompt de dinsdag daarna, verscheen Piet panis op de wekelijkse repetitie met bij zich een nummer voor het kwèkfestijn in november.

“Of De Poffers dit maar even wilde begeleiden” Iedereen barstte uiteraard in lachen uit, want met die anderhalve toonladder die we hadden geleerd, kon geen lied worden gespeeld. Maar Piet panis stond daar met tekst, arrangement en zangers. Na enig heen en weer gepraat en overleg met Wim Doomernik, werd besloten om onszelf in te schrijven voor het kwèkfestijn. De eerste muzikale activiteit stond op stapel.

In het, door Tinie Vogels geschreven arrangement, werden boven de noten de nummers van de ventielen geplaatst en zo kwamen we op het  juiste spoor. Op de loting van het Kwèkfestijn, welke dat jaar in de Brabanthallen werd gehouden vanwege de nieuwbouw van het Casino, knalden wij als nummer vijf, in de volgorde van opkomst, uit de varkensblaas. We hoefden dus gelukkig niet als eerste het podium op.  

Op de dag van het Kwèkfestijn was het al vroeg verzamelen in de Meierijsche Kar, waar nog éénmaal gerepeteerd werd. Toen op naar de Brabanthallen, met het liedje “De snebbel van ons Mien”.

De eerste prijs was voor Piep en Blaoslust, maar hierom werd niet getreurd, het eerste optreden was ons goed bevallen. Na het tellen van de punten viel een twinstigste plaats ons ten deel, hetgeen in de sfeer van heden niet slecht zou zijn, maar in 1974 waren er slechts 20 deelnemers. Al met al een geslaagde dag om nooit te vergeten.  

Na dit festijn werd er nog meer aandacht en tijd besteed aan het leren van muziek maken, nu we de smaak te pakken hadden wilde we ook met carnaval muziek gaan maken. Carnaval 1975 stond voor de deur, dus ook het vijfjarig bestaan. Dit eerste lustrum werd intern in de vereniging gevierd. Op dit feest werd door De Poffers muziek gemaakt, en wel drie nummers !  Dit zouden ook de nummers zijn die met carnaval gespeeld zouden worden. Dit waren “Zak ‘s lekker door”, "Worstjes op m’n borstjes" en “Potpouri Botterbloem/Carmen”.

Dit bleek voldoende om in een café een stukje muziek te maken en weer te vertrekken. Zo werden, met deze drie liedjes,  vele café’s  op een dag aangedaan en niemand bemerkte dat we maar drie liedjes konden spelen. 

Door de vele repetitie’s en strenge leiding van Wim Doomernik werden goede vorderingen gemaakt. Dit resulteerde erin dat we vanaf deze tijd ook zelfstandig mee konden doen aan de collecte voor de Nierstichting en hoefden we dus niet meer als collectanten met een spelende vereniging mee.

 

Lees verder bij geschiedenis Deel 2 met nog meer Kwèkhistorie, TV optredens en de BVV reveue.....tot zo !